De Dorn-methode is een zachte wervel- en gewrichtsbehandeling. Bij klachten die direct of indirect te maken hebben met de wervelkolom kan deze methode gebruikt worden. Het is een zeer werkzame behandeling zonder bijwerkingen.
De Dorn-methode is ontwikkeld door Dieter Dorn (1938-2011). Dieter Dorn had een houtzagerij in Beieren. In 1973 kreeg rugpijn die hem het werken onmogelijk maakte. Hij wist dat in een naburig dorp een boer woonde die mensen met rugklachten behandelde en hen er vanaf hielp. Dieter besloot zich door deze man te laten behandelen en met succes. Onder de indruk van het resultaat vroeg hij de boer hem deze behandeling – het drukken met de duimen in het klachtengebied – ook te leren. Helaas was dit niet meer mogelijk, omdat de boer ernstig ziek was en kort daarna overleed. Dieter besloot toen – door het behandelen van o.a. zijn familie – te ontdekken hoe het een ander werkte. Zo ontwikkelde hij zijn Dorn-methode.
Vrijwel iedereen heeft een beenlengte verschil, van een paar milimeter tot enkele centimeters. Dit komt niet door een verschil in botlengte van de benen maar door een scheefstand van het bekken of nog specifieker: door ruimte in het heupgewricht. Dit wordt subluxatie genoemd. De kogelvormige kop van het bovenbeen ligt niet meer optimaal in de kom van het heupgewricht. Dit ontstaat bij het zitten! Bij het zitten ontspannen de spieren rond de heupen. Wanneer we nu ook de benen over elkaar slaan dan wordt de kop van het bovenbeen enigszins uit de kom getrokken. Bij het opstaan spannen de spieren zich met als gevolg dat de kop niet goed meer terug kan glijden in de kom van het heupgewricht. En dit heeft als gevolg: beenlengte verschil en bekkenscheefstand.
Deze scheefstand kan leiden tot heiligbeenscheefstand. En omdat op het heiligbeen de wervelkolom staat, heeft dit ook invloed op de gehele ruggengraat. Allerlei (chronische) problemen kunnen het gevolg zijn: scoliose, lage rugklachten, heupklachten, kniepijn, voetproblemen, verzakkingen, darm-en blaasproblemen, nekklachten.
De Dorn-methode richt zich daarom niet alleen op het beenlengteverschil maar behandelt het heiligbeen, de bekkenrand, de hele wervelkolom, de armen en handen en het hoofd. Dit gebeurt met zachte (duim)druk. De cliënt heeft tijdens de behandeling een actieve rol. Bij de behandeling van de bekkenrand, het heiligbeen en wervelkolom “pendelt” hij met het tegenoverliggende been of de tegenoverliggende arm. Tevens krijgt hij instructie om met een simpele oefening de subluxatie van de kop van het bovenbeen tegen te gaan of zelf weer te herstellen opdat het lichaam zich a.h.w. de herstelde – natuurlijke – situatie weer eigen kan maken en zo het resultaat van de behandeling zo goed mogelijk behouden blijft.
De behandeling kan – indien gewenst – afgeloten worden met een Breuss-massage.